Propositie en markt zijn natuurlijk bepalend of er nieuwe business kan worden ontwikkeld door export. Voor een uitgever die een leermethode heeft ontwikkeld die aansluit bij het Nederlandse leersysteem is export lastig. De Nederlandse uitgever die montessori materiaal wereldwijd uitgeeft is zeer succesvol omdat het materiaal en de methode internationaal zijn erkend.

Wanneer een product / propositie aansluit op een internationale markt én wanneer men toegang heeft tot ‘kanalen’ dan is er in principe een basis voor export. Om dit te toetsen vullen we tijdens een werksessie altijd een (of meer) Business Model Canvassen (BMC) in. Op een A0 bord, in groot formaat ontstaat er zodoende gezamenlijk inzicht. Het BCM (eigenlijk een businessplan op 1 A4) gaat vervolgens meestal mee naar de ‘directiekamer’ en wordt vervolgens nog aangescherpt.

Daarnaast zijn de competenties en het investerend vermogen van belang. Bij het investerend vermogen gaat het dan niet alleen om geld maar vooral ook om de beschikbare tijd. Heeft de onderneming de tijd / capaciteit om te investeren in export. Export is een zaak van de lange adem. Het bouwen van een positie en een traject dat in tijd (bijna) altijd langer duurt dan verwacht

Uiteindelijk komt het dan ook aan op de zachte factoren, ambitie en drive om in internationale markten actief te zijn. Internationaal willen werken moet in het DNA zitten, moet fascineren, moet inspireren.

Alleen bij 3x JA is export een interessant optie om de business uit te bouwen en export op te nemen in het strategisch plan.

Ja: de propositie sluit aan bij een behoefte in de markt en er is toegang tot relevante kanalen om de markt te bereiken.

Ja:  de onderneming heeft de kwaliteiten en kan en wil investeren in export.

Ja: Internationaal werken zit (latent) in het DNA van de onderneming / de onderneming heeft de ambitie – drive om te exporteren.